Ik moet denken aan mijn grootvader die hier honderd jaar geleden met zijn trekschuit heeft gevaren. Paarden voor de schuit, mijn vader als scheepsjongen op het dek. In de lente en zomer vervoerde hij dagjesmensen uit Haarlem die in Leiden uit gingen. In de herfst en winter de oogst van de boeren en ook koeienmest voor op het land.
Het leven van mijn opa was volledig analoog. Dat van mij nu vrijwel helemaal digitaal. Straks met het uitrollen van het ‘internet of things’ helemaal digitaal. Een groter contrast lijkt er haast niet te bestaan.

Hoe deed opa dat, aan werk komen zonder website, mobile telefoon, nieuwsbrieven en e-mail? Ik kan het me nauwelijks voorstellen. Uit de familieverhalen blijkt dat opa eerlijk en oprecht was. Hij kwam altijd beloften na en was altijd op tijd. Hij was netjes op zichzelf en op zijn schuit, iets wat eerder een uitzondering was dan een regel. Ook maakte hij deel uit van netwerken: de katholieke kerk, de schippersbond, de volkstuin. Een foto van opa in zijn goede pak aan de bestuurstafel van de bond prijkt bij mij thuis aan de muur. Mijn analoge opa hield zich kennelijk aan regels die in de digitale tijd nog steeds van kracht zijn.

Paarden, mest, niet een weekje naar Londen maar een dagje naar Leiden: het is eenvoudig om neer te kijken op het leven van een eeuw geleden. Echter, websites moeten aan dezelfde regels houden waaraan opa voldeed. De belofte van een website moet worden nagekomen, voldoen aan de verwachtingen van de bezoekers en smaken naar meer. Een website moet eruit springen, zich onderscheiden van de vele andere die er zijn. Naar een website moet positief worden verwezen door een groep bezoekers en gebruikers.

In honderd jaar zijn de middelen veranderd van analoog naar digitaal. Mensen zijn mensen gebleven.


 

 

Lees mijn blogs